Opnieuw ontzag voor God

Gepubliceerd op 25 juni 2026 om 15:48

De laatste weken zijn Wessel en ik bezig met hoe wij naar God kijken.
Veel mensen, en dat herkennen we ook bij onszelf, spreken over God als Vader. Als Herder. Als Iemand bij wie je mag schuilen, rusten en thuiskomen. En dat is ook zeker waar! Want wat is het bijzonder eigenlijk dat de Schepper van hemel en aarde Zichzelf zo dichtbij laat kennen. Dat wij Hem mogen aanspreken als Vader en dat Jezus Zichzelf de Goede Herder noemt.

Maar Wessel en ik vroegen ons af of we daarin niet iets zijn kwijtgeraakt. Of we soms niet teveel doorslaan.
Zijn we God niet soms vooral gaan zien als iemand die ons troost, ons begrijpt en ons helpt, en vergeten we daarbij Wie Hij óók is? Want God is zeker liefdevol en nabij. Maar Hij is óók heilig, groot, ontzagwekkend en onnavolgbaar. Hij is Heer en Meester over de schepping.

Misschien zijn we Hem soms meer gaan behandelen als iemand die vooral moet aansluiten bij ons leven, onze wensen en onze gevoelens. En kaderen we Hem in terwijl Hij onvoorstelbaar groot is. Het gaat ons verstand te boven.

En dat brengt me bij die vraag: wat is heilig ontzag eigenlijk?

Heilig ontzag is niet bang zijn voor God. Het is ook niet leven met het gevoel dat je nooit goed genoeg bent of dat God ver weg is. Heilig ontzag is iets anders. Het is beseffen dat God werkelijk God is. Dat Hij groter is dan wij. Wijzer dan wij. Heiliger dan wij. Dat Hij niet gevormd wordt naar ons beeld, maar dat wij geroepen zijn om gevormd te worden naar Zijn beeld.

Heilig ontzag is verwondering én nederigheid tegelijk. Het is ontdekken dat de God die dichtbij komt, tegelijk de God is die de aarde schiep. Dat de God die onze Vader wil zijn, ook de Koning van hemel en aarde is.

En misschien zie je dat wel het mooist terug in hoe mensen in de Bijbel reageren wanneer ze echt iets van God zien.
Mozes bijvoorbeeld trekt zijn sandalen uit. Jesaja roept uit: “Wee mij.” Johannes valt neer als dood toen hij Christus in Zijn heerlijkheid zag. Niet omdat God hen afwijst. Maar omdat ze ineens beseffen: Hij is heilig. Hij is zo heilig dat ze in niet Zijn aanwezigheid konden zijn zonder zichzelf klein te maken.

In het boek Job gebeurt iets vergelijkbaars. Job heeft geleden. Hij heeft vragen gesteld en geworsteld. En wanneer God spreekt, geeft Hij niet eerst antwoorden. Nee, God stelt vragen vanuit een onweersbui.

“Waar was jij toen Ik de aarde grondvestte?”
“Kun jij de sterrenbeelden op hun tijd tevoorschijn brengen?”
“Heeft de regen een vader?”
"Wie heeft een geul gegraven voor de stortregen?"
"Wie heeft de weg vrijgemaakt voor de bliksem?"
"Waar is de weg naar de plaats waar het licht woont?"
"En waar woont de duisternis?"

(naar Job 38)

Deze ondervraging draait uit op een les in nederigheid en overgave. Niet om Job klein te maken, maar om hem te laten zien: Ik ben God. Ik overzie wat jij niet overziet. Ik draag wat jij niet kunt dragen. En daar ontstaat ontzag voor God. Doordat Hij zijn grootheid laat zien. En wat is het eigenlijk een troost dat wij niet degene zijn die alles in stand moeten houden.

Heilig ontzag verandert daarnaast ook iets in hoe we leven. Dan wordt bidden meer dan een gewoonte. Dan wordt Bijbellezen meer dan informatie verzamelen. Dan wordt aanbidding meer dan een mooi lied. Dan ga je God zoeken omdat Hij het waard is. Dan ga je vragen: “Heer, wat wilt Ú?” in plaats van alleen: “Heer, wilt U mijn plannen zegenen?”

Ook in Openbaring krijgen we een glimp van de heiligheid van God. "Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. Luid riepen ze: ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’ Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze bogen zich diep neer voor de troon en aanbaden God met de woorden: ‘Amen! Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen." (Openbaring 7 vers 9-12)

Dat is heilig ontzag, dat is aanbidding, dat is verwondering. Dat is niet jezelf klein maken uit onzekerheid maar jezelf klein maken door de grootheid van God.

Misschien is heilig ontzag niet dat we verder van God af gaan staan, maar juist dat we opnieuw ontdekken met Wie we eigenlijk mogen leven. Dat we niet vergeten dat Degene tot wie wij bidden, dezelfde God is die sterrenstelsels schiep, de zee haar grens gaf en het leven in Zijn hand houdt.

En tegelijk is dat dezelfde God die ons uitnodigt om Zijn kinderen te zijn.

Reactie plaatsen

Reacties

M. Douma-Schuller
een maand geleden

Wat mooi en waar geschreven!