Gezegend om tot zegen te zijn

Gepubliceerd op 20 augustus 2026 om 15:16

Misschien ken je het wel, het gebed van Jabes. Dit gebed gaat eigenlijk al heel Wessels' leven met hem mee. Telkens weer komt deze tekst op zijn pad. Ik kende het gebed zelf ook wel maar ik stond er eigenlijk nooit zo bij stil. Ik dacht eigenlijk dat Jabes gewoon vroeg om meer rijkdom en geen ellende op zijn pad. Maar toen Wessel laatst via een kaart van iemand opnieuw dit gebed kreeg, begon ik het me af te vragen. Wat zegt dit gebed nu eigenlijk? Dus ik besloot het eens uit te gaan zoeken.

In 1 Kronieken 4 staat ineens, midden tussen lange geslachtsregisters, een paar verzen over Jabes. Over zijn leven staat er niet veel. Er staat wel dat zijn moeder hem die naam gaf omdat zijn geboorte haar veel pijn had gedaan. De naam Jabes hangt samen met het Hebreeuwse woord voor pijn of smart. Maar Jabes liet zich niet bepalen door zijn naam of door zijn verleden.

Er staat: "Jabes nu was aanzienlijker dan zijn broers. Zijn moeder had hem Jabes genoemd, want zij zei: Omdat ik hem met smart gebaard heb." 1 Kronieken 4:9

Daarna lezen we zijn gebed:
"Jabes riep de God van Israël aan met de woorden: Als U mij toch rijkelijk zegent en mijn gebied vergroot, en Uw hand met mij is en U het kwade van mij weghoudt, zodat mij geen leed overkomt!" 1 Kronieken 4:10

En dan volgt deze eenvoudige zin: "En God liet komen wat hij had gevraagd."

Maar wat bedoelde Jabes eigenlijk toen hij vroeg om zegen?

Wanneer wij het woord zegen horen, denken we misschien al snel aan gezondheid, voorspoed, een mooi huis, financiële ruimte of een leven waarin alles goed gaat.  Maar het gebed van Jabes gaat dieper dan de vraag: "Heere, geef mij meer."

Het gaat niet over rijk worden om er zelf beter van te worden. Jabes vraagt om Gods zegen omdat hij onder Gods hand wil leven. Hij vraagt of God zijn gebied wil vergroten, maar niet zodat hij zoveel mogelijk voor zichzelf kan verzamelen. Het vergroten van gebied betekende in die tijd meer land en dus meer ruimte om je familie, bedienden en de armen te onderhouden. Hoe groter je gebied was, hoe meer verantwoordelijkheid je had naar anderen toe.

Jabes vraagt dus niet om zegen en overvloed zodat hij alleen ervan profiteert. Ik denk ook niet dat God zijn gebed verhoord zou hebben als het Jabes puur om hemzelf te doen was. Gods zegen is nooit bedoeld als een eindstation. Wat God ons geeft, mag door ons heen weer verder stromen.

Jezus spreekt hier ook heel duidelijk over wanneer Hij vertelt over een boom en zijn vruchten. Een goede boom draagt goede vruchten. "Want iedere boom wordt aan zijn eigen vrucht gekend. Men plukt immers geen vijgen van dorens en men oogst geen druif van een distelstruik." Lukas 6:44

Je kunt niet naar een doornstruik lopen en verwachten dat je daar druiven vindt. Je kunt een distel water geven, verzorgen en eromheen een mooie tuin aanleggen, maar een distel krijgt nooit mooie vruchten. We mogen ons best de vraag stellen; kijken we om naar anderen die het moeilijk hebben? Delen we van wat God ons heeft gegeven? Zoals de gelijkenis over de talenten? Wat doen we met wat we hebben gekregen?

Wessel en ik moesten bij dit gebed van Jabes ook denken aan Psalm 1
"Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars en die niet zit op de zetel van de spotters, maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE en Zijn wet dag en nacht overdenkt." Hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken."

Wat een mooi beeld van een leven met God. Een boom die geplant is aan het water hoeft niet voortdurend zelf op zoek naar water. Zijn wortels zijn verbonden met de bron. Daardoor kan hij groeien en uiteindelijk vrucht dragen.
Jabes vraagt om Gods hand over zijn leven. Psalm 1 laat zien hoe een mens onder die hand mag leven: dicht bij God, gevoed door Zijn Woord en daardoor in staat om op de juiste tijd vrucht te dragen.

Misschien mogen we daarom ook anders leren kijken naar de zegeningen in ons leven. Wanneer God ons financiële ruimte geeft, mogen we ons afvragen wie Hij daarmee wil helpen. Wanneer Hij ons tijd geeft, kunnen we die tijd gebruiken om er voor een ander te zijn. Wanneer Hij ons bemoedigt, mogen we die bemoediging weer doorgeven aan iemand die het moeilijk heeft. En wanneer God ons door een moeilijke periode heen heeft gedragen, kan juist onze ervaring later een bron van troost worden voor iemand die door hetzelfde heen gaat.

Dat is vrucht dragen. Een boom eet zijn eigen vruchten niet. De vrucht is er om anderen van te laten genieten.

Het leert ons ook om anders naar het gebed van Jabes te kijken. Het is geen gebed waarin iemand zegt: "Heere, geef mij zoveel mogelijk, zodat mijn leven zo prettig mogelijk wordt." Het is een gebed waarin iemand zich afhankelijk maakt van God en vraagt om Zijn hand over zijn leven. Heere, zegen mij. Vergroot mijn gebied. Wees met mij. Bewaar mij voor het kwade. En vervolgens mag die zegen vrucht dragen.

Jabes kreeg zijn naam vanwege de pijn waarmee zijn moeder hem ter wereld bracht. Misschien heeft hij zijn hele leven geweten dat zijn naam verbonden was met verdriet. Toch eindigt zijn verhaal niet bij zijn naam. Hij wordt niet herinnerd als de man van de pijn, maar als de man die de God van Israël aanriep.

Wij kunnen ook dingen meedragen uit ons verleden die ons hebben gevormd. Er kunnen woorden over ons zijn uitgesproken, gebeurtenissen die pijn hebben gedaan of omstandigheden die we liever anders hadden gezien.
Maar God hoeft ons verleden niet uit te wissen om er iets nieuws mee te doen. Hij kan juist daar vrucht laten groeien.
Wat ooit pijn deed, kan later een plek worden waar God doorheen anderen raakt. 

Jabes vroeg om zegen en om vermeerdering van zijn gebied. En misschien mogen ook wij dat bidden.

Niet: "Heere, geef mij meer zodat ik meer voor mezelf heb."

Maar: "Heere, zegen mij, zodat ik tot zegen kan zijn. Vergroot mijn gebied, zodat Uw liefde door mij heen meer mensen mag bereiken. Laat Uw hand met mij zijn en vorm mijn leven zodat het vrucht draagt voor U."

Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel wij hebben verzameld. Het gaat om hoeveel vrucht er aan ons leven groeit. 
En een leven dat geworteld is in God, Zijn Woord en Zijn liefde, mag op Zijn tijd vrucht dragen. Zoals een boom aan waterstromen. 

Niet voor zichzelf. 
Maar tot eer van Hem en tot zegen van anderen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.